< Terug

De doorontwikkeling van sociale teams: durf keuzes te maken!

DATUM: 02-03-2016

Over sociale teams is veel gezegd en geschreven. De eerste geluiden dat ze niet werken en opgeheven moeten worden zijn er al. Maar is dit terecht? Het sociaal team wordt te vaak tot het ultieme doel verheven met onrealistische verwachtingen die nooit waargemaakt kunnen worden. Met alle kritiek en teleurstellingen ten spijt. Maar het sociaal team is geen doel op zich, maar een middel om de ondersteuning dichtbij de burger te brengen.

Maar werkt ‘het middel’ sociaal team nu al goed? Nee, nog niet altijd. Maar dat is ook logisch. De meeste teams zijn net een jaar tot twee jaar gestart. De goede vorm en inhoud moeten nog met elkaar gevonden worden. Een sociaal team kent ook geen blauwdruk en het sociaal team bestaat niet. Wat wel bestaat is een principe waaruit gewerkt wordt met de naam sociaal team. Hoe het sociaal team er idealiter uit moet gaan zien, gaan we nog verder vormgeven. Maar het kind nu al met het badwater weggooien is te prematuur. Wel moeten er stappen worden gezet en keuzes worden gemaakt.

In dit artikel gaan we in op een aantal succesfactoren die we kregen van mensen die in een sociaal team of met een sociaal team werken en die we zelf opdeden in het sociaal domein. Ook staan we stil bij een aantal keuzes die gemaakt moet worden.
 

Succesfactoren
 

1. Investeer in het team. Maak tijd om elkaar en elkaars werkwijze te leren kennen. Ontwikkel een gezamenlijke werkwijze met een aantal methodieken. Kernwoorden voor een succesvol team: gelijkwaardigheid, gebruik maken van elkaars kunde en kennis, advies durven vragen en geven, denken in mogelijkheden, durven zoeken naar nieuwe paden, kwetsbaar durven zijn, complementair zijn in persoonlijkheden, nieuwsgierig zijn naar elkaar, saamhorigheid.
 
2. Duidelijke regierol gemeente. Zorg voor korte lijnen tussen beleid en praktijk met ieder zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Geef signalen een plek daar waar ze horen. Geef ruimte aan de professional vanuit vertrouwen en draagvlak. Ontschot zowel binnen afdelingen van de gemeente als binnen budgetten.
 
3. Kantel op inhoud en financiën. Geef het principe 1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur en 1 budget daadwerkelijk vorm in de praktijk. Weet wanneer je kan afschalen, maar ook wanneer je moet opschalen. Het sociaal team biedt begeleiding en ondersteuning, maar geen behandeling. Wees bewust van de grenzen en maak een goede risico-inschatting. Kijk naar oplossingen op maat voor de burger, maar ook welke oplossing vanuit kostenperspectief het beste alternatief is.
 
4. Kies specialisten met een generalistische blik. De generalist bestaat niet. Iemand die overal iets van af moet weten, weet overal dan net niet genoeg van. Maak gebruik van de specialismen in een team, maar zorg voor een generalistische blik. Kijk naar alle leefgebieden en werk vanuit ontschotting. Hierdoor ontstaan creatieve en praktische oplossingen. Durf de professional de ruimte te geven om met elkaar en van elkaar te leren. Dit kan door intervisie te organiseren, casusbesprekingen, maar ook door duo-schappen.
 
5.  Zorg voor een sterke verbinding met voorveld en tweede lijn zorg/ GI. Ken degene met wie je samenwerkt, leer elkaars werkwijze en cultuur kennen. Zorg voor sleutelfiguren bij voorliggende voorzieningen en vaste aanspreekpunten in de sociale teams. Maak samenwerkingsafspraken zonder in protocollen te vervallen. Neem de privacy van de burger serieus, maar laat het geen excuus worden om niet samen te werken. Wees als sociaal team een outreachend advies -en informatiepunt voor het voorliggend veld.
Breng de tweede lijn zorg ook meer naar de burger. Sleutelwoorden: samen optrekken in trajecten, handelen vanuit vraag van de burger, durf out of the box te denken met elkaar, gun elkaar de ruimte.
 
6.  Wees zichtbaar. Zorg dat burgers het sociaal team als laagdrempelig ervaren. Zichtbaarheid betekent ook onderhouden van contacten met het voorliggend veld en constante communicatie. Val niet in de valkuil om in de drukte te veel naar binnen gericht te raken.

7. Houd vast aan de kerntaak. Zorg dat professionals niet alleen bezig zijn met administratieve taken en het aanleveren van sturingsinformatie voor de gemeente. Hierdoor is er minder tijd voor de ondersteuning aan de burger met wachtlijsten of onnodig opschalen tot gevolg.
 

Maak keuzes
 

Het is nu ook de tijd voor het maken van keuzes. Zo breng je de sociale teams naar een volgende stap.

1.  Het belang van de burger voor het belang van de organisatie
Het team wordt nu nog vaak samengesteld op basis van bestaande organisaties. Dit is ook logisch. Helemaal nieuwe teams samenstellen is alleen mogelijk met een grote pot geld. Maar niet de organisatie moet het uitgangspunt zijn, maar de expertise die nodig is in een team. In het land zie je sociale teams die ook samengesteld zijn vanuit belangen. Want natuurlijk heeft een organisatie er belang bij om in een sociaal team actief te zijn.

Durf keuzes te maken wie echt nodig zijn in een team. Welke expertise moet aanwezig zijn? Welke vragen leven er in de gemeente? Maak ook duidelijke afspraken met organisaties over de rol die hun medewerkers in het team hebben, namelijk lid van een sociaal team en niet van een organisatie. Leg taken en verantwoordelijkheden vast in samenwerkingsovereenkomsten en convenanten. En durf ook naar nieuwe organisatiemodellen te kijken. De wereld verandert en daarmee ook de wijze waarop we het hebben georganiseerd. De behoefte van de burger staat centraal, niet het belang van de organisatie.

2. Samenstelling team
Een sociaal team valt en staat met een goede samenstelling van een team. Maar wat is nu deze juiste samenstelling? In het land zie je veel verschillen. Soms richten de teams zich alleen op jeugd of volwassenen, soms zijn het voorveld en ondersteuning aan elkaar gekoppeld. Maak wel duidelijke keuzes en probeer niet alles aan elkaar te koppelen. Een sociaal team van twintig mensen is niet meer effectief. Je bouwt daarmee weer een nieuwe organisatie op in plaats van een klein en slagvaardig team.

Op basis van onze ervaringen geloven wij in kleine teams van 0-100 jaar die zich richten op de enkelvoudige complexe en meervoudig complexe vragen. Een ondersteuningsvraag die enkelvoudig en eenvoudig is, wordt in principe doorverwezen of overgedragen aan de voorliggende voorzieningen. Alleen bij complexe en specialistische vragen die niet door leden van het sociaal team zelf kunnen worden opgepakt, wordt specialistische hulp en ondersteuning ingeschakeld. De professional is de regisseur die naast ondersteuning ook bij meerdere ondersteuningsvragen de spin in het web is, de regie houdt en contactpersoon voor de burger blijft.
 
In het team zijn naast een coördinator/ teamleider vertegenwoordigd: professional ondersteuning en hulpverlening ( (school)maatschappelijk werker, jeugdhulpverlener, MEE), professional zorg (wijkverpleegkundige), professional participatie (sociale dienst) en professional samenlevingsopbouw (welzijnsinstelling, jongerenwerk).

Niet alle leden van het sociaal team hebben dezelfde functie en taken. Van de professional participatie en samenlevingsopbouw wordt niet verwacht dat zij ook ondersteuningsvragen oppakken. Dat is niet hun taak. Hun rol is: schakelfunctie en aanspreekpunt, delen expertise, beantwoorden vragen teamleden, signaalfunctie naar eigen organisatie en werkzaamheden.

3. Afscheid nemen van teamleden?
Een transformatie in werken en denken met mensen die gewend zijn aan een werkwijze met protocollen, standaarden en niet teveel professionele ruimte is een uitdaging. Maar uiteindelijk zijn het wel de mensen die het moeten realiseren. In elke veranderopgave zijn er mensen die meteen mee kunnen bewegen en er veel plezier in hebben. Andere mensen hebben wat langer de tijd nodig. En er zijn altijd mensen die het niet kunnen of niet willen.

De sociale teams bestaan in de meeste gevallen uit professionals van bestaande organisaties. Zij zitten hier uit vrije wil of min of meer gedwongen. Ook hebben veel organisaties flink moeten bezuinigen en daardoor mensen moeten laten gaan, juist soms de jonge mensen die erg ontwikkelgericht zijn. Nu na meer dan een jaar wordt duidelijk wie een succes van het team kan maken met kennis, kunde en vooral enthousiasme en de wil om te leren. Maar ook van wie het beter is om afscheid te nemen. En dat is weer een dilemma aangezien niet elke organisatie daarvoor de middelen heeft. Toch hoort bij transformeren ook investeren, een gezamenlijke opgave voor gemeenten en organisaties!
 
 




Met dank aan: Klarieke Ambachtsheer (coördinator sociaal team Molenwaard), Nelleke Schenkkan (wijkverband Rieckbeek), Pieter Nuij (coördinator sociaal team Zederik),  Resi Voorwinden (Casa Cura wijkcentrum) en de mensen die anoniem input hebben gegeven.

Nicole Veuger en Sandra Klokman hebben beiden ruime ervaring met de transitie en transformatie in het sociaal domein en met sociale teams. Deze ervaring hebben zij gebundeld. Zie verder deze website en www.dankersklokman.nl

Met dank aan: Mieke Kat, communicatieadviseur a.i. www.katcomm.nl         
  
 



< Terug