< Terug

1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur, 1 budget; het lijkt zo simpel

DATUM: 06-07-2015

Tien tips

Het is een van de kernbegrippen van de transformatie; 1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur. En om het compleet te maken ook 1 budget. Maar is het ook zo makkelijk in de praktijk? Waar loop je als professional en organisaties tegenaan? En hoe geef je nu echt vorm aan deze aanpak?
 
Het is in ieder geval meer dan een lijstje met afspraken tussen verschillende organisatie. Tien tips hoe je ‘1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur’ succesvol in de praktijk kan brengen.
 

1. Kijk naar het hele huishouden

De kern van de aanpak is dat er naar het gehele huishouden wordt gekeken en niet alleen naar de benodigde ondersteuning op de verschillende leefgebieden of individuele gezinsleden. Dit betekent een brede vraagverheldering op alle leefgebieden.
 

2. Neem een regisseur met lef

De aanpak richt zich vaak op meervoudige en complexe multiproblemsituaties. Dit vraagt ook een bepaald type regisseur. Een regisseur met een brede generalistische blik, die goed kan doorvragen en verbanden kan leggen. Die het huishouden durft aan te spreken op eigen verantwoordelijkheid, maar ook kan motiveren en overtuigen waar nodig. Maar ook achterover durft te leunen waar mogelijk. Ook de persoonlijkheid van de regisseur speelt een belangrijke rol. De beste regisseurs zijn de professionals die wars zijn van regels en protocollen, buiten de gebaande paden durven te kijken, lef hebben en fouten durven te maken. Niet iedereen kan dit. Kijk goed in uw team wie deze kwaliteiten bezit. Maar zorg ook dat de regisseurs hun ervaringen met anderen kunnen delen.
 
Door huishoudens zelf worden de volgende kwaliteiten benoemd: luisteren, meedenken, meeleven, altijd bij de regisseur terecht kunnen, leren zelf zaken op te pakken. Een regisseur die naar het geheel kijkt en niet alleen naar een deel wordt als meerwaarde gezien.
 

3. Wees flexibel

Tijd en flexibiliteit zijn essentieel om een vertrouwensband op te bouwen. Maar ook het vermogen om elke keer weer te kijken wat de beste ingang bij een huishouden is. Het standaard vasthouden aan afspraken werkt vaak niet. Vaak is de praktijk ook dat net als je denkt dat je een goed overzicht hebt van alle ondersteuningsvragen er toch weer wat nieuws naar boven komt. Flexibiliteit zit ook in  het gebruiken van verschillende manieren van communicatie. Maak naast face-toe-face gesprekken ook gebruik van telefoon, e-mail en whatsapp.
 

4. Stel een plan op met het huishouden

Als het goed gaat, is het plan van aanpak ook het plan van het huishouden zelf. Dit lijkt zo eenvoudig maar het blijkt in de praktijk toch wat weerbarstiger. Om daadwerkelijk een plan van aanpak op te stellen met het huishouden moet de vraag van het huishouden centraal staan. Maar het betekent ook prioriteiten stellen. Niet alles kan tegelijkertijd. Doelen hebben tussendoelen en kunnen in stapjes (met een tijdspad) bereikt worden. Het wrap around care model van Jo Hermanns  biedt hiervoor een kader.

De 5 vragen van Jo Hermans:
1. wat wil je veranderen?
2. wat moet er veranderen?
3. wat kan je zelf?
4. waar heb je hulp bij nodig?
5. wanneer is het opgelost?
 

5. Evalueer en stel je plan zo nodig bij

Maar alleen met het samen opstellen van het plan ben je er niet. Je moet ook periodiek evalueren en het plan bijstellen samen met het huishouden. Vaak is juist in deze huishoudens het plan erg onderhevig aan de dynamiek van de huishoudens. Situaties, maar ook gezinssamenstellingen kunnen zo weer veranderen. Doelen en prioriteiten moeten steeds weer tegen het licht worden gehouden en bijgesteld worden. De kunst is dit wel samen met het huishouden te doen. Let op dat je in de waan van de dag als regisseur weer teveel zelf gaat doen.
 

6. Durf je positie als regisseur te pakken

De regisseur is de spin in het web tussen het huishouden en alle betrokken organisaties. In de praktijk kom je nogal eens tegen dat de regisseurs daadkrachtig kunnen zijn naar het huishouden, maar dat dit moeilijker is naar de organisaties toe. Want wie ben jij om te zeggen dat het voor een huishouden het beste is dat een professional van een andere organisatie wat meer op afstand kan staan of eigenlijk helemaal niet meer nodig is? Durf dus je positie als regisseur in te nemen en spreek een duidelijke rolverdeling af. Wat is jouw rol als regisseur en welke rol hebben de andere organisaties? Wat kan je van elkaar verwachten en waar kan je elkaar op aanspreken? Dit is vooral van belang als er ook een gezinsvoogd in het huishouden aanwezig is.
 

7. Regel het mandaat voor de regisseur

Om deze positie in te kunnen nemen, is slagkracht essentieel. Regel goed wie welk mandaat heeft. Om niet in protocollen en bureaucratie te verzanden, is het goed om te spreken van hard mandaat en zacht mandaat. Hard is dat zaken geregeld zijn met organisaties en dat zij achter de aanpak staan. Het zachte mandaat is feitelijk de ruimte die er nodig is om zaken concreet per huishouden te regelen.
 

8. Korte lijnen en open communicatie

Belangrijk is het om duidelijke afspraken te maken over de communicatie. Juist ook in tijden van drukte. De regisseur heeft hierin een coördinerende rol om te zorgen dat er onderling korte lijnen ontstaan. Zorg voor een proactieve houding in de informatie naar elkaar toe. Kijk ook welke informatie voor wie van belang is. Zorg ook dat het huishouden van deze communicatielijnen op de hoogte is. Zij moeten niet het gevoel hebben dat er zaken ‘achter hun rug’ gebeuren. Geef ook aan waarom je zaken met andere organisaties communiceert.
 

9. Organiseer een rondetafelgesprek

In een rondetafelgesprek kan bepaald worden wie er bij het huishouden betrokken zijn vanuit welke rol. Ook prioriteiten en doelen van het huishouden worden besproken en vastgesteld. Voor organisaties is het vaak een eyeopener hoeveel organisaties er betrokken kunnen zijn bij een huishouden. Tevens zien ze nu het totaal van het systeem en niet meer alleen het stukje waar ze zelf bij betrokken zijn. Zo kunnen zaken in een ander perspectief gezet worden. Dat een moeder niet komt op een spreekuur blijkt dan geen onwil te zijn, maar een financieel probleem.
 
Moet het rondetafelgesprek eigenlijk niet samen met het huishouden? Het huishouden moet zeker op de hoogte worden gesteld en hun plan staat zeker centraal. Maar in een eerste gesprek zijn vaak de organisaties nog meer met elkaar bezig dan met het huishouden. Daarna kan samen met het huishouden gekeken worden wie zij bij een rondetafelgesprek willen uitnodigen vanuit de professionals, maar ook vanuit het sociale netwerk.
 

10. Zorg voor 1 budget

Hij wordt vaak niet in het rijtje genoemd, maar 1 budget is een belangrijke factor in het slagen van de aanpak. Ondanks dat de geldstomen nu vanuit de gemeente aangestuurd kunnen worden zijn het in de praktijk nog vaak gescheiden potjes. Hierdoor mist er slagkracht om zaken vanuit de vraag op te lossen in plaats van vanuit het aanbod.

Er zijn gemeenten die er voor kiezen om een vast budget beschikbaar te stellen waaruit een regisseur kan putten om snel te kunnen handelen. Soms kan het gaan om het voorschieten van een treinkaartje, zodat iemand toch naar een belangrijke afspraak kan gaan.
 

Tot slot

Het uitgangspunt van de transities van 1 huishouden, 1 plan en, 1 huishouden daadwerkelijk vorm te geven lijkt op papier makkelijker dan soms in de praktijk wordt ervaren. Maar als het werkt hebben zowel het huishouden, organisaties en het budget hier profijt van.

 




Sandra Klokman en Nicole Veuger hebben beiden ruime ervaring met de transitie en transformatie in het sociaal domein en met sociale teams. Deze ervaring hebben zij gebundeld.

Nicole Veuger ondersteunt gemeenten als projectleider jeugdzorg en AWBZ. Ook heeft zij inmiddels in tien gemeenten sociale teams vormgegeven een voor een drietal gemeenten een evaluatie uitgevoerd. Nicole voert ook opdrachten uit dicht bij de praktijk, zoals het voorzitten van casus overleggen en rondetafelgesprekken met partners en huishoudens. Zij kan hierdoor goed schakelen tussen beleid en praktijk en zorgt voor een goede verbinding.  Zie verder www.conpact.nl

Sandra Klokman werkt al meer dan 25 jaar in de jeugdzorg. Zij heeft een schat aan ervaring op het gebied van ambulante en residentiële hulpverlening en sociale teams. Zij heeft veel teams aangestuurd en zorgprofessionals opgeleid en gecoached. Sandra heeft veel innovatieve zorgvormen ontwikkeld die inmiddels tot het reguliere aanbod behoren. Team Menskracht uit Amersfoort heeft onder haar leiding de Andree van Es prijs 2011 gewonnen. Ook voert zij voor gemeenten opdrachten uit in het kader van de transformatie. Zie verder www.dankersklokman.nl



< Terug